
Maandagavond, 9 juni 20.45, Stade de Suisse, Bern, Zwitserland. Nederland - Italië.
Wat betekent dat voor mij, een in Rotterdam geboren en getogen Italiaan. Want laat ik dat voorop stellen ik ben een Italiaan, en een Rotterdammer.
De onvermijdelijke vraag, voor wie ben je Bruno? Laat ik de kaarten maar meteen op tafel leggen, ik ben voor Italië. Ik ben altijd voor Italië, tegen Duitsland, tegen Brazilië dus ook tegen Nederland. Laat ik ook maar gelijk eerlijk zijn over mijn sentimenten over deze wedstrijd, ik win het liefst tegen Nederland!
Hoezo dat nou, hoor ik je denken geachte lezer, vanwaar die vijandigheid, waar hebben wij Nederlanders dit aan verdiend? Waarom zo fel gekant tegen het land waar je geboren en opgetogen bent, waar het voetbal betreft?
De schuld ligt bij de Nederlandse sportjournalistiek en de vele discussies die ik in de loop der jaren heb gevoerd met Nederlandse voetballiefhebbers:
ITALIË KAN NIET AANVALLEN, ALEEN MAAR VERDEDIGEN!
Ik heb het bovenstaande (altijd anders verpakt) nu al zo vaak gehoord en gelezen, dat er een bepaalde antipathie jegens een deel van voetbalminnend Nederland zich van mij meester heeft gemaakt.
Zes jaar geleden was ik te gast bij Barend en Van Dorp rond de halve finale van het EK, Nederland - Italië, de beruchte wedstrijd van de vijf gemiste penalty’s. Voor de wedstrijd stak Jan Mulder (een notoire anti-italië-discipel) een tirade af tegen het Italiaanse voetbal, alleen maar verdedigen dit, verdedigen dat, anti-voetbal zus, afbraak-voetbal zo, het venijn droop er vanaf. Cruyff de grootste criticaster van het Italiaanse voetbal heeft het zelfs gepresteerd om te zeggen “Italianen kunnen niet van je winnen, maar je kan wel van ze verliezen” Die ik heb ik nooit begrepen (nou heb ik dat wel vaker bij Cruyff, zal wel aan mij liggen), want als iemand van die Italiaan verliest, dan heeft die Italiaan toch van die iemand gewonnen. Automatisch.
Laatst sta ik een beetje te dansen komt er weer zo’n gozer op me af, halfdronken “Italië niet echt terecht wereldkampioen hé, Frankrijk was toch drie klassen beter”. ”Waar baseer je dat op?” vraag ik rustig, de schrale bierlucht ontwijkend. “Nou, goed verdedigd hoor dat hele toernooi, maarruh niet echt creatieve middenvelders en aanvallers, beetje saai om naar te kijken allemaal”. Ik noem ze even op “Pirlo, Del Piero, Totti, Toni” (Ron Vlaar heeft nog steeds nachtmerries). Hij kijkt me aan alsof hij de namen voor het eerst hoort.“ Ja, jullie hebben wel goede voetballers, maar jullie verdedigen altijd, KATTENATSJIÓÓ hé’”
Nu flip ik, dat woord, (catenaccio, italiaans voor dikke ketting, een spelsysteem uitgevonden door een trainer, eind jaren vijftig uit Ticinio, Italiaans-sprekend Zwitserland), iedereen gebruikt het maar te pas en te onpas om hun aangeleerde frustraties over het Italiaanse voetbal te verklaren. Altijd komt het weer bovendrijven, net als dat hardnekkige gerucht over Richard Gere die ene dat hij bij de eerste hulp in een ziekenhuis in Hollywood werd aangetroffen met een cavia in zijn reet omdat die zo lekker krabben.
Tuurlijk speelde Italië in de jaren zestig met dat systeem, Inter speelde het en Inter vormde de ruggengraat van de ”Squadra Azzura”. Één libero voor de keeper en met zijn allen voor de pot en wachten op dat ene foutje en dan zo snel counteren dat die bal er aan de andere kant in ligt voordat de tegenstander door heeft dat ze de bal niet meer hebben.
Waarom is dat laf trouwens? Het getuigt juist van heel veel moed om steeds het risico te lopen een verdwaalde bal in het net te zien belanden onder de constante druk van de tegenstander. En een counter is toch een aanval? En goed verdedigen is toch ook een kwaliteit?
Italië speelt trouwens allang geen catenaccio meer, in de halve finale tegen Duitsland op het laatste WK stonden er in de verlenging 4 spitsen in het blauw, Del Piero, Iaquinta, Gilardino en Totti. Daar hoorde ik geen enkele Nederlandse sportjournalist over, laat staan Jan Mulder, Willem van Hanegem of Johan Cruyff.
Want dat past niet in het dogmatische beeld van het Italiaanse voetbal.
Zo beleef ik de wedstrijden van mijn vaderland tegen mijn geboorteland, 15 maal is deze interland gespeeld, 2 maal won Nederland, 6 maal werd er gelijkgespeeld, 7 maal won Italië. Nederland scoorde 15 doelpunten in deze onderlinge confrontaties, Italië 22 doelpunten, uit 22 aanvallen, counter of niet.
Uw presentator Papa Bouba Diop a.k.a Bruno Giuntoli
P.S Moge de beste winnen.
geplaatst door Marcel Wiebenga #
10:26